Wederom een geruststellend bezoekje

Vandaag weer eens voor de 3 a 4 maandelijkse controle naar de internist. Het begint zo langzamerhand een standaard berichtje te worden. Het gevoel is echter anders. De weken/dagen voordat ik weer naar de internist mag, blijven spannend. Ik persoonlijk ben niet bang voor een behandeling of andere narigheid. Nee, Denise die maakt zich daarover nogal een beetje druk. En dat mag ook.

Bloedprikken

Keer op keer mag ik voordat ik naar de internist mag, wat bloed laten afnemen in het ziekenhuis. En geloof me, de een is beter in prikken dan de ander. De dame die zich deze keer vergreep aan mijn elleboog en aderen, was niet zo heel erg kundig zullen we maar zeggen. De tatouage op mijn arm is ook deze maal een onderwerp van gesprek. Meestal begint het met de vraag: wat staat daar nou? En dan beginnen bij mij de vraagtekens mijn bovenkamer uit te lopen moet ik je zeggen. Want, kunnen ze niet lezen vanwege slechte ogen of durven ze er niet voor uit te komen dat ze geen latijn spreken? Ik zelf heb soms het vermoeden dat ze gewoon slechte ogen hebben. Steeds opnieuw proberen de juiste ader te pakken te krijgen en dan vervolgens met de punt van de naald op zoek naar stromend bloed. Ik noem dit altijd roeren. Op het moment dat ik dan uit ga leggen wat daar staat, dan draait de betreffende bloedzuiger haar of zijn hoofd en probeert dan alsnog te lezen wat er staat. Op dat moment, verliezen ze vaak de focus van de naald, en zwaait deze vrolijk op en neer in mijn ader/bloedvat. Ik ben op zich al niet zo van het kijken naar een huidbinnendringende naald, maar dan kunnen mijn ogen zich niet afhouden van het nogal pijn doende bloedende gaatje in mijn elleboog. Ik heb de betreffende dame maar vriendelijk meegegeven dat ik de meeste van de verpleegkundige die bloedprikken, wel aardig vind. Maarrrrrr, deze deed nogal veel moeite daarin verandering te brengen. Na, slechts, 2 buisjes bloed ben ik geoorloofd na een dikke pluk watten op het gaatje huiswaarts te keren. En geloof me, aan deze prikkelarij van lek me vestje heb ik de hele dag nog last. Ik mag me troosten met het idee dat ik de betreffende dame een klein beetje latijn heb geleerd door haar uit te leggen wat er nou eigenlijk op mijn arm staat.

De internist/hematoloog

Na een paar dagen mag ik dan naar de internist. Een werkelijk waar heel aardige man met gevoel voor humor en een zeer open manier van communiceren. Het is wat het is, niks meer en niks minder. Telkens mag ik na binnenkomst, mijn kleding uittrekken en word ik betast door deze vriendelijke man. En ja mensen, dat is in de lies, onder de oksels en op andere plaatsen waar zich lymfeklieren bevinden. Overigens is het bezoek bij deze jongeman op een ander vlak wel een beetje confronterend. In de kamer, waar ik me mag ontdoen van mijn kledij en waar hij me betast, staat meestal een racefiets. Steeds als ik deze zie staan realiseer ik me dat het genot van duursport niet meer tot mijn mogelijkheden behoord. Niets onoverkomelijks zou je zeggen, maar nogsteeds niet door mezelf geaccepteerd. Verder met het betasten. Ook deze keer de mededeling dat de klieren wel wat groter lijken dan voorheen, maar dat het bloedbeeld niets uitwijst wat op grotere activiteit van de ziekte lijkt. Een klein beetje tijd voor een social talk en dan mag ik de spreekkamer met een dikke tien op zak weer verlaten. Over 4 maanden, eind december dus, maar weer terugkomen. Tenzij er natuurlijk iets gebeurd waardoor ik eerder naar hem toe moet.

Fijn, mag ik tussen kerst en oud en nieuw weer uitleggen wat er nou op mijn arm staat. Tot dan!

Dit bericht is geplaatst in Mijn blog. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.